Tableau is jouw ultieme tool om data om te toveren tot inzichtelijke visualisaties. Als het om ruimtelijke data gaat, laat het je zeker niet in de steek. Of je nu winkellocaties in kaart wilt brengen, bevolkingsdichtheden wilt visualiseren, of verkoopgebieden wilt volgen. Tableau biedt drie verschillende manieren om van data naar kaarten te gaan. In dit blog verkennen we deze verschillende methoden en hun voordelen en potentiële nadelen. Hierdoor ben je voortaan in staat om de beste methode voor jouw volgende kaart project in Tableau te kiezen. Tot slot deel ik ook een dashboard waarin alle drie de manieren nog eens toegelicht worden met voorbeelden.

1. Latitude en Longitude:

De eerste manier is om Tableau punten op een kaart te plotten door middel van Latitude en Longitude. Dit zijn een soort coordinaten die Tableau naar een locatie op de kaart wijzen. Zie het als een punt op een grafiek met een X- en Y-as maar dan op een wereldkaart. Veel datasets werken met Latitude en Longitude. Je kunt ook gemakkelijk zelf Latitude en Longitude opzoeken op sites zoals https://www.latlong.net/.

Voordelen van werken met Lat/Lon:

  • Precisie: Wil je je data met chirurgische precisie markeren? Latitude en Longitude stellen je in staat om dat te doen. Elk punt staat precies waar jij het wilt op de kaart.
  • Compatibiliteit: De schoonheid van deze methode ligt in zijn eenvoud. Omdat je simpelweg alleen getallen nodig hebt, werkt het met vrijwel elk type data. Hierdoor is het een veelzijdige keuze.
  • Aanpassingsvermogen: Als je een unieke kaartafbeelding hebt (zoals een plattegrond), kun je deze als achtergrond gebruiken. Jouw kaart, jouw regels.

Nadelen:

  • Handmatige invoer: Hier is geen magie; als je zelf hele specifieke punten wilt, moet je latitude en longitude zelf handmatig invoeren. Dit kan tijdrovend zijn. Gelukkig zijn er veel datasets beschikbaar waar de latitude en longitude wél gewoon voor je klaar staan.
  • Beperkt Bereik: Het is perfect voor eenvoudige kaarten met punten, maar wanneer je data complexer wordt, biedt het mogelijk niet de mogelijkheden die je nodig hebt.
  • Context is Belangrijk: Zonder de juiste context kan je kaart een beetje zijn als een GPS zonder straatnamen – het brengt je er wel, maar laat je gissen.

2. Ruimtelijke Bestanden (bijv. Shapefiles):

De tweede manier waarop Tableau kaarten kan maken is met behulp van ruimtelijke bestanden. Dit zijn bestandsformaten (net zoals bijvoorbeeld excel) waarin een geometrie is opgeslagen. Elke regel met data heeft dan een punt- lijn of vlaklocatie in die betreffende regel. Voorbeelden van ruimtelijke bestanden zijn shapefiles of GeoJSON’s. Ook ondersteunen de meeste databases geometrie kolommen.

Voordelen:

  • Geometrische Pracht: Ruimtelijke bestanden ondersteunen complexe geometrieën, dus of het nu gaat om punten, lijnen, vlakken of meer, je hebt het allemaal tot je beschikking.
  • Integratie van Kenmerken: Je tekent niet alleen punten; je haalt een schat aan ruimtelijke kenmerken binnen voor diepgaande analyse.
  • Flexibiliteit: Heb je zin om een kaart te maken met vlakken en lijnen? Dat kan! De mogelijkheden zijn enorm.

Nadelen:

  • Compatibiliteitscontrole: Je hebt compatibele ruimtelijke bestanden nodig, die niet altijd direct beschikbaar zijn.
  • Aanvankelijke Complexiteit: Het opzetten van ruimtelijke bestanden kan een beetje complex zijn, vooral voor nieuwkomers.
  • Grootte Telt: Als je ruimtelijke bestanden groot zijn, kan dat de prestaties vertragen. Houd die bestandsgroottes in de gaten!

3. Aangepaste Geocoding:

De laatste manier die Tableau gebruikt om kaarten te maken is zogenaamde geocodering. Hierbij kijkt Tableau of die een tekst veld kan koppelen aan een geometrie. Zo heeft Tableau een ingebouwde database waar landen, regio’s, steden en postcodegebieden in opgeslagen staan. Als jij een kolom met een land (als tekst veld) in je data hebt staan, kan Tableau automatisch de link leggen naar het betreffende land en hier een kaart van maken. Super handig!

Voordelen:

  • Snel Mappen: Heb je snel een kaart nodig van veelvoorkomende plaatsen zoals landen of steden? Geocoding komt te hulp!
  • Geen Coördinaten Nodig: Je hoeft niet te knoeien met handmatige coördinaten – Tableau regelt het voor je.
  • Eenvoudig en Effectief: Voor eenvoudige visualisaties is deze methode moeilijk te verslaan.

Nadelen:

  • Beperkte Herkenning: Het werkt alleen voor erkende plaatsen. Dus als je onbekende locaties in kaart wilt brengen, loop je mogelijk vast.
  • Onnauwkeurig: Hoewel het snel is, is het mogelijk niet altijd super nauwkeurig, vooral voor minder bekende plaatsen.
  • Afhankelijkheid van Externe Data: Je vertrouwt op een externe gegevensbron, wat betekent dat als deze niet up-to-date is, je kaarten eronder kunnen lijden.

Dashboard met voorbeelden

Volg deze link om een interactief dashboard met voorbeelden te zien die bij bovenstaande methodes horen. Op het dashboard worden 3 verschillende use-cases getoond. Ook beschrijf ik in welke situatie je het beste welke kaart kunt gebruiken.

Conclusie

Onthoud: de juiste methode voor kaarten in Tableau hangt af van jouw unieke behoeften. Precisie, complexiteit en snelheid spelen allemaal een rol bij je beslissing. Het sleutelwoord is het begrijpen van jouw data en visualisatiedoelen, en dan Tableau’s ruimtelijke magie de rest laten doen. Veel kaartplezier! En als je er toch niet helemaal uit komt, helpen wij je graag verder.